EEN EEUW. OUD We komen er nogverscheidene bekende namen van thans in tegen Aft?r 'OW fÖ été. EEN BOEKJE van 10 cm breed en 16 cm hoog, met een omvang van 52 bladzijden, dat is het eerste adresboek van Delft, gedateerd 1857. Men vindt het in de bibliotheek van het Gemeentearchief, en ook schrijver dezes bezit een exemplaar dat hij uit de na latenschap van een stadgenoot kocht. Misschien zijn er nog enkele in particulier bezit? De meeste Delvenaren zullen het §chter nooit in handen hebben gehad. Een vergelijking van het toenmalige adresboek met het tegenwoordige het laatste is van 1949 is moeilijk te maken. De behoeften van een eeuw geleden waren anders. Iedereen kende bijna ieder een. Zö verwondert het ons dan niet, dat eerst in 1870 een^ nieuw adresboekje het licht] zag en dat pas jaren later een, reeks van- jaarlijkse adres-I boeken begon teverschijnen» j vUutiL CD, Gt| a*. delfts" adresboek De uitgever van dit boekje was M. Stiliebroer, stads-drukker te Delft. Zijn adres was: Wijk 4, nr. 350. Dat is nu Markt 28. Als motto plaatst? de uitgever voorin een verwijzing naar een nieuwtestamentisch bijbelwoord (Galaten 6 vers 10) en één naar een woord uit de apocriefe boe ken' (Jezus Sirach 12 versl en 2). De lezers moesten zelf de teksten maar of/zoeken. Wij heb ben dat dan ook gedaan en be vonden dat daar staat: „Laai ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des peloofs en „Indien gij weldoet, zo. weet aan wie gij het doet", enz, Het is moeilijk te zeggen, wat de heer Stiliebroer daarmee op het oog had. Hij zal toch niet een adresboek van uitsluitend geest verwanten in het licht hebben gegeven Het ooeKje was alfabetisch in gedeeld naar de beroepen, zodat I We - om ons tot het begin te be (perken - achtereenvolgens aan- 1 treffen: aanplakkers, aanspre kers, aard- en boomvruchten, aardewerk-fabrikanten, aarde I work-winkeliers, advocaten, apo j f lickers en drogisten, architec ten, aziin-verkopers. De namen zijn dus beperkt tot die van de zakenmensen en de vrije beroe pen. Het beroep met het grootste getal beoefenaren is aat van kruidenier. Het ziin er 55. Ver dei' treffen we de volgende aan tallen aan: timmerlieden 31 aard- en boomvruchten 26, kleerriiakers 25, schoen- en laar zenmakers 23, broodbakkers en broodslijters 22,. brandstoffen I verkopers 18, vérwers, vergul [ders en glazenmakers 18. brand- Iwaarborgagenten 17, barbiers en, [haarsnijders 16, slijters van ster ke drank lö, apothekers en dro- f gisten 14, beilrt- en. veerschip-1 pers 14, adressen voor tabak,, snuif, koffie, thee en sigaren 14, 1 bloemkwekers .en hoveniers 12, oud iizer- en-lompenkopers 12, lenz. enz. Om niet vervelend te j [worden zullen we niet alles op- noemen, dooh wij willen toch nog vermelden dat er in Delft 2 I kunstlakkers, 2 portions-tafel- Ihouders en--7 liedpn .voor, dg |st a atsl q ffiVikto a r e n óv.vj<3M. Vén ëen vrü groot aantal valt slechts één beoefenaar te note ren-, Zo-was er onder meer een beeldhouwer, een brillenverko- per, een dansmeester, een hout- grayeur, een omroeper, een or gelmaker, een vuurwerk- en bus- rruitverkoper, een vjjlenkapper een zagcnscherpcr. De vrouwelijke bero De vrouwelijke beroepen mo gen niet onvermeld bliiven. Er waren 15 mode- en wollennaai sters, 11 bakers of kraambewaar-' stersf waaronder 6 weduwen), 8. mutsenmaaksters, 6 schoolhou deressen (waarvan 2 met jonge- jufvrouwenschool en 4 met be waarschool), 3. vroedvrouwen, 2 stoelenmatsters en 1 besteedster, Een besteedster was iemand, die dienstboden aan een dienst hielp, De enige overgebleven aar dewerkfabriek staat op naam van G. C. M. A. Piccardt. Ook dat is een vrouw. Geertruida Christina Magdalena Alida Piccardt dreef „De Porceleyne Fles", de „Fabriek van Wit ert Gekleurd Aardewerk", waarin juist in die tiid stoommachines werden geplaatst. Betsy Perk beeft die vrouwelijke bedrijfs leiding gememoreerd tegen over een van haar opponenten in haar strijd voor ae rechten der vrouw. houil willen geven, noemen dan( ln de eerste plants riclcr Sta stok en r.ihj fninlllc. Opvallend is de concentratie1] der goud- en zilversmeden. Alle t vier hadden hun domicilie op de Markt, nameliik op de tegen woordige nummer 25, 37, 49 en 38. De onderwijzers ziin verdeeld in 2 groepen: 8 schoolhouders en 8 huis-onderwijzers, doch drie van hen komen bij beide voor. De onderwijzer P. v. d. Schaft, die Verwersdiik 100 woonde, is de man die 98 jaar oud ge worden is. Op Oude Delft 209 woonde Hermanus van Heumen, die onderwijzer bij de Fundatie van Renswoude was geweest en sedert 1845 zelf kostschool hield en 's avonds wiskundecursussen- gaf. Tert slotte moge gewezen wor den op enkele straatnamen, die men thans tevergeefs in de offi ciële stratenlfjst van Delft zal zoeken. De Poelemarkt is het gedeelte van de Voorstraat achter de I Oude Kerk; de Luizenmarkt is een oude naam voor het Vrouw juttenland; de Achterzak zou eens Willemstraat geworden zijn als de bewoners in 1874 hun zin hadden gekregen, maar het is dan Verlengde Pieterstraat gewor den; het Geldeloozepad is ons be kend als de tegenwoordige Wes terstraat: de Krabbelaan is via Raadhuisstraat geworden St. Olofslaan en St. Ölofsstraat. -7?- Wij keren terug tot de man nen. Extra vermelding verdient de merkwaardige rubriek Por- tretteurs. Zii bevat twee namen: de schilder P. A. Haaxman, als mede M. Stilleoroer voor da guerreotype en photographic. Haaxman figureert eveneens onder het hoofd Tekenmeesters en kunstschilders, tezamen met Tetar van Elvei D. J. Steen brink en Ouboter van der Grient. De drie zeepzieders hebben ieder een aparte vermelding bij hun naam gekregen, de eerste „harde en zachte zeep", de tweede „zachte groene zeep", de derde (die ook thans nog bestaat) „harde zeep en savonnetten". Onder de zeven bockhandela^ ren zien wc een bekende naam. Het is Willem Bccls op de Wijn haven (nu nummer 15), de broer van Nlcolaas Beets, zodat Inder daad de vraag gewettigd Is, of personen uit de Camera Obscura in levenden lijve In Delft 'ge wandeld hebben. Wie deze ver onderstelling ec.it positieve.InU

Adresboeken Delft 1857 - 1949

Adresboeken | 1857 | | pagina 56